<> HOME
Doornenburg ien de ban van een spannende streekroman! Tsja, dat zou mooi zien. Een meeslepend verhaal wat zich afspeelt ien Doornenburg, waarbij fictie en werkelijkheid elkaar niet ongemoeid laten. Dat is gin makkelijke klus vur een beginnend auteur en zeker niet als je ook nog ien dit mooie durp woont! Haar naam ''SL'', en zij zal vanaf heden de pen ter hand nemen en oude bekenden, ''met respect'' weer tot leven roepen. Dolend door straten en gebouwen zal deze streekroman tot stand komen en hopelijk een happy end als vooruitzicht bieden. Een passende titel is helaas nog niet voorhanden maar zal zeker tijdens het schrijven ontstaan en hierboven vermeld gaan worden. Van tijd tot tijd zal er een pagina toegevoegd worden en zullen er meerdere hoofdstukken ontstaan. Wij wensen u veel leesplezier het komende jaar en mocht u nog een bericht of vraag hebben voor onze auteur neem dan hier contact op.

Auteursrecht © SL 24 januari 2010 te Doornenburg.

 

- Hoofdstuk 1 -

 

De bliksem

Clara van Delwig ontwaakte uit een nare droom. Het was een stormachtige nacht geweest. Rondom het kasteel, dat ze al menig jaren bewoonde, hadden de takken van de bomen wild tegen haar slaapkamerraam getikt. Het leek alsof ze jaren geslapen had maar waarom voelde ze zich dan zo moe. Ze liep in haar witte gewaad naar het raam. De storm was gaan liggen en in de verte zag ze de zon poging doen om door de wolken heen te komen. Ze keek om zich heen en bekeek of er geen schade was na de blikseminslag van gisteravond. Het was een enorme knal geweest en het felle licht had haar doen ontwaken uit haar slaap.

Ze keek naar het lege bed. Haar man Johan Boudewijn was nu al enkele jaren overleden en ze miste hem nog iedere dag. Ze voelde zich eenzaam in het grote kasteel. Het was erg stil, nu hij niet meer bij haar was.

Terwijl ze in gedachten was, hoorde ze de oude piepende slaapkamerdeur opengaan. Ze keek om en zag een jonge, onbekende vrouw haar kamer binnenlopen. Ze fronste haar wenkbrauwen.

´Wat geeft u het recht om zo mijn kamer binnen te vallen´. Vroeg ze aan de jonge vrouw. De vrouw negeerde haar volkomen en keek verbaasd naar het bed, waarvan de witte lakens gekreukeld waren.

´Antwoord mij direct, meid´. Haar ogen spuwden vuur en haar stem klonk woedend maar de jonge vrouw antwoordde haar niet. Clara liep woedend op haar af om haar voor eens en altijd duidelijk te maken dat ze haar moest gehoorzamen. Ze strekte haar arm maar haar hand kreeg geen grip op het lichaam van de jonge vrouw. Clara sloeg wild om haar heen maar haar armen leken door het lichaam van de meid te gaan. Door haar wilde pogingen om de meid vast te pakken viel ze met een smak op de grond. Ze keek op en zag de jonge vrouw verbaasd om zich heen kijken.

Suzanne van Heek had een vreemde windvlaag gevoeld. Ze liep naar het raam maar het raam zat potdicht. Het voelde ook kouder aan, dan normaal. Ze moest de thermostaat een beetje hoger zetten want over een uur kwamen de eerste mensen weer voor een rondleiding. Ze streek de lakens van het bed glad en deed een paar kaarsen aan.

Clara van Delwig zag de vrouw vertrekken. Wat was er aan de hand. Wat moest die vreemde vrouw in haar huis en waarom droeg ze van die vreemde kleren. Ze moest die vrouw spreken en haar vragen wat ze in haar huis deed. Ze liep naar de deur en probeerde de deur open te krijgen maar net zoals bij de vrouw ging haar hand door de deurklink.

Wat was er met haar aan de hand. Clara begon te huilen. Er waren vreemde mensen in huis en nu zat ze ook nog opgesloten op haar slaapkamer.

´Help, Help me dan toch. Kan iemand mij horen?´. Schreeuwde ze snikkend.

Suzanne van Heek was beneden in de keuken. Ze zette al koffie klaar voor de mensen, die straks van haar een rondleiding kregen. Ze werkte nu een paar maanden als gids in het kasteel en het beviel haar heel goed. Ze had zich altijd geïnteresseerd in de historie van het kasteel en ze had zich al jaren verdiept in de geschiedenis van het eeuwenoude kasteel, dus deze baan was haar op het lijf geschreven.

Na het zetten van de koffie, deed ze haar gebruikelijke ronde. Ze opende alle gesloten deuren en deed de kaarsen aan. Het was stil en haar voetstappen klonken door de holle ruimtes van het kasteel.

Ze keek op haar horloge. Over een kwartier zou de groep arriveren en net zoals iedere dag begonnen ze eerst met een kopje koffie in de ontvangsthal van de hoofdburcht.

Nadat ze nog wat schilderijen, van de vorige bewoners, recht had gehangen, wachtte ze geduldig totdat de zware deur open zou gaan en de groep zou binnentreden.

- 1 -